Sandrs

In de ijstijden spoelde smeltwater van het landijs op verschillende plaatsen over en van de stuwwal naar de lager gelegen vlakten. Zand en grind dat meespoelde, bleef onderaan de stuwwal liggen en vormde hier een licht aflopende vlakte. Dit proces is ook te zien rechtsonder op de foto van de Thompson Gletsjer (afbeelding 9).

In onze regio is dit goed te zien ten westen van de spoorlijn Nijmegen-Mook (NL-01 en NL-03) en ten zuiden en zuidwesten van Kleef (DE-01). De dikte van deze laag, die `sandr’ of spoelzandvlakte wordt genoemd, bedraagt soms wel 30 meter. Een paar procent van het grind in de sandr is door het landijs uit Scandinavië meegenomen. De rest bestaat uit lokale riviersedimenten die over veel kortere afstanden door ijs en smeltwater zijn verplaatst. Op Nederlands gebied liggen Molenhoek, Malden, Heumensoord, Maldens Vlak (onder andere het zweefvliegveld) (NL-03) en het grootste deel van Nijmegen op de sandr. Toen het landijs zich terugtrok, werden aan de oostkant van de stuwwal de tongbekkens opgevuld met spoelzand van de stuwheuvels en sedimenten van de Rijn. In het tongbekken van Groesbeek bevindt zich onder het spoelzand ingespoelde leem, die een waterkerende laag vormt. Hierdoor kan het water daar niet wegzakken en is een nat natuurgebied ontstaan, De Bruuk. Rivierafzettingen van klei en zand uit latere tijden begrenzen de sandrs die ten westen en ten oosten van de stuwwal liggen. Deze afzettingen werden na het terugtrekken van het landijs gevormd door overstromingen van de Maas en de Rijn. Hierdoor werd het hoogteverschil tussen de sandr en de omgeving kleiner. Ten noordoosten van het Koningsven bij Milsbeek is een duidelijke overgang van de iets hoger liggende sandr en de riviervlakte te zien (DE-01), afbeelding 12.

In het gebied rond Gennep en Plasmolen, waar de toenmalige Maas en Rijn aan de westkant dicht langs de stuwwal stroomden, vormde zich geen blijvende spoelzandvlakte (NL-01 en NL-02).

Het zand dat daar van de stuwwal spoelde, werd al in het Saalien of in latere perioden meegevoerd door de rivieren. Een deel van de stuwwal werd hier zelfs ondergraven. Zo ontstond er een steil afgesneden overgang van de stuwwal naar de riviervlakte. Hetzelfde gebeurde later aan de noordkant van de stuwwal tussen Ubbergen en Wyler (ten oosten van Nijmegen, (NL-07 en NL-08) en bij Kleef (DE-03 en DE-04), toen de Rijn zijn oude loop weer had teruggevonden. De Rijn ruimde hier de sandr en een deel van de stuwwal op, waardoor steile hellingen ontstonden.

Afbeelding 12: links de hoger liggende sandr bij Milsbeek, door de toenmalige Rijn en Maas scherp afgesneden. Rechts van de sandr de vlakke rivierafzettingen